Wetsvoorstel tijdelijke wet verkiezingen covid-19

De komende verkiezingen op 17 maart 2021 worden georganiseerd met inachtneming van de maatregelen die nodig zijn om verspreiding van het nieuwe coronavirus (SARS-CoV-2), dat de ziekte covid-19 kan veroorzaken, te voorkomen. In een Kamerbrief van 1 september 2020 heeft Kajsa Ollongren als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de gevolgen uiteengezet en een tijdelijke wet aangekondigd waarin wordt geregeld dat een aantal noodzakelijke maatregelen kunnen worden geïmplementeerd bij de verkiezingen.

Volgens de minister is het zaak om de ontwikkelingen rond het coronavirus nauwgezet in de gaten te houden, om te kunnen bepalen of nieuwe ontwikkelingen gevolgen hebben voor de organisatie van de komende verkiezingen. Ondanks mogelijk nieuwe ontwikkelingen is het verstandig en ook nodig om al in een vroeg stadium te bepalen wat de kaders kunnen zijn voor de verkiezingen als rekening moet worden gehouden met covid-19. De organisatie van de verkiezingen brengt voor de gemeenten grote logistieke processen mee. Daarom beginnen de gemeenten al maanden eerder aan de voorbereidingen. Als er door nieuwe ontwikkelingen op een later moment nog aanvullende hygiënische of (persoonlijke) beschermingsmaatregelen moeten worden getroffen in de stemlokalen, dan biedt deze tijdelijke wet daarvoor een grondslag.

Deze tijdelijke regels zijn nodig omdat sommige bijzondere maatregelen ter bescherming van de volksgezondheid niet goed zijn in te passen in de huidige Kieswet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. De wet heeft dus als doel te faciliteren dat verkiezingen voor kiezers en stembureauleden veilig kunnen plaatsvinden en kiezers hun grondwettelijke stemrecht zo veel als mogelijk zelf in een stemlokaal kunnen uitoefenen. Hierbij worden de waarborgen in het verkiezingsproces in acht genomen, zoals die in 2007 zijn benoemd in het rapport van de Adviescommissie inrichting verkiezingsproces (commissie Korthals Altes), te weten transparantie, controleerbaarheid, integriteit, kiesgerechtigheid, stemvrijheid, stemgeheim, uniciteit en toegankelijkheid.

Maatregelen
Met de genoemde waarborgen is rekening gehouden bij het bepalen van de maatregelen die nodig zijn als gevolg van covid-19 en die op basis van het RIVM-advies moeten worden getroffen. Het wetsvoorstel bevat op hoofdlijnen de volgende maatregelen:

  • Burgemeester en wethouders wordt de mogelijkheid geboden om mobiele en bijzondere stembureaus aan te wijzen waarvan de toegang is beperkt tot kiezers die wonen of verblijven op die locaties. Deze maatregel is met name bedoeld voor zorginstellingen waar restricties gelden voor de personen die daar aanwezig mogen zijn. Omdat de toegang tot deze stemlocaties beperkt is, wordt in het wetsvoorstel geregeld dat een waarnemer wordt benoemd die toeziet op het verloop van de stemming.
  • De nieuwe maatregelen in het stemlokaal leiden ertoe dat het stembureau er nieuwe taken bij krijgt. Zo zal een stembureaulid bij de ingang van elk stemlokaal erop moeten toezien dat er niet te veel kiezers tegelijk in het stemlokaal zijn en dat de kiezer bij het betreden van het stemlokaal de handen reinigt, dat de kiezer erop wijst dat de aangegeven looproute moet worden gevolgd en een veilige afstand (1,5 meter) moet worden gehouden. Het stembureau zal gedurende de dag ook hygiënemaatregelen moeten uitvoeren, zoals het regelmatig reinigen van de potloden en de stemhokjes. Het minimale aantal leden van het stembureau wordt daarom uitgebreid van drie naar vier.
  • Kiezers die niet in het stemlokaal kunnen stemmen, bijvoorbeeld als gevolg van covid-19-klachten, kunnen een onderhandse volmacht verlenen, langs reguliere weg een schriftelijke volmacht aanvragen of langs elektronische weg een schriftelijke volmacht aanvragen.
  • Voor kiezers die een volmacht verleend krijgen van een andere kiezer, wordt geregeld dat zij maximaal drie machtigingen kunnen aannemen (in plaats van het huidige maximum van twee).
  • Bij het tellen van de stembiljetten moeten de leden van een stembureau een veilige afstand (1,5 meter) van elkaar houden. Gelet op de grootte van de uitgevouwen stembiljetten, bij de Tweede Kamerverkiezingen ca. 1 meter breed, is een grote oppervlakte nodig om te kunnen tellen. Gemeenten verwachten dat een deel van de stemlokalen te klein zal zijn om er te kunnen tellen. Gelet daarop wordt in het tijdelijke wetsvoorstel de mogelijkheid gecreëerd om de stembiljetten op de avond van de verkiezing op een andere locatie te tellen dan waar de stemmen zijn uitgebracht.

 

 

Beeld © Jernej Furman

bron →

Terug