De wet als ‘wegwerpartikel’

Volgens Donner is flexibilisering een ontwikkeling van de laatste dertig jaar: ‘Als de wet alleen maar bedoeld is als instrument om de doelen te bereiken, dan zullen de doelen per kabinet wijzigen. Dan krijg je een steeds hogere frequentie van wetswijzigingen’. Hierdoor gaan volgens hem de burgers de wet niet meer als een recht zien, maar als iets dat komt en gaat met als gevolg dat regels minder serieus worden genomen. Dit bemoeilijkt vervolgens de handhaving.

Een voorbeeld van die flexibiliteit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Dit geeft een bewindspersoon bevoegdheden om regels in een wet later nog nader uit te werken. De vicepresident van de Raad van State maakt hierbij de kritische opmerking: ‘Als de omstandigheden veranderen, hoe kan ik dan de voorwaarden wijzigen zonder dan meteen de hele wet te moeten aanpassen?’

Een ander voorbeeld is het initiatiefwetsvoorstel dat door Tweede Kamerleden kan worden ingediend. Op dit moment zijn er 104 initiatiefwetsvoorstellen in behandeling bij de Tweede Kamer. Het oudste voorstel dateert uit 1998. Bij 51 daarvan zit geen enkele indiener meer in de Kamer, de zogenoemde ‘verweesde voorstellen’. Volgens Donner zou er na verloop van tijd systematischer moeten worden opgeruimd, tenzij iemand er nog wat mee wil doen. Donner: ‘Als dat zo is, dan moet er ook binnen zoveel tijd een volgende stap in de procedure gezet worden’.

Terug