Keuzes in Kaart

CPB-doorrekening: hoe politieke keuzes koopkracht en werkgelegenheid beïnvloeden

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft de verkiezingsprogramma’s van elf partijen geanalyseerd. Vandaag heeft CPB-directeur Laura van Geest de resultaten gepresenteerd tijdens een persconferentie in de Nieuwspoort en volgens haar valt er echt iets te kiezen.

Zij doelt hiermee op de keuzes die partijen hebben gemaakt en welke gevolgen dat heeft als de plannen zouden worden uitgevoerd. Het CPB de afgelopen maanden de plannen van VVD, PvdA, SP, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP, DENK, VNL en de Vrijzinnige Partij doorgerekend. In de vandaag gepresenteerde publicatie ‘Keuzes in Kaart 2017 – 2021’ staan de maatregelen per partij en de effecten op het gebied van bijvoorbeeld overheidsfinanciën, zorg, koopkracht en werkgelegenheid uitgewerkt.

Hieronder wordt nader ingegaan op de keuzes van partijen en de consequenties hiervan op koopkracht en ‘structurele werkgelegenheid’. Met structurele werkgelegenheid wordt bedoeld: het aantal gewerkte uren op de lange termijn, wanneer mensen hun gedrag volledig hebben aangepast aan het nieuwe beleid.

Koopkracht
Over het algemeen gaat de koopkracht bij alle partijen er op vooruit. Als gekeken wordt naar de hoofdlijnen van de verkiezingsprogramma’s schrijft het CPB dat veel partijen lastenverlichtingen doorvoeren, en dat een aantal partijen het eigen risico beperkt in de zorg met positieve effecten voor het ‘mediane huishouden’.

Als er apart wordt gekeken naar werkenden, uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden, dan verbeteren alle partijen de koopkracht van werkenden. De SP geeft alle drie de categorieën er flink wat bij. Uitkeringsgerechtigden gaan er bij VVD, SGP en DENK op achteruit. Bij gepensioneerden verbetert de koopkracht bij alle partijen, behalve de SGP waar de koopkracht juist iets afneemt.

Structurele werkgelegenheid
De toename van de structurele werkgelegenheid is het meest bij de VVD (+3,5%) en de afname is het grootst bij de Vrijzinnige Partij (-4,8%) en de SP (-4,6%). In fulltime banen betekent dit dat de VVD er ongeveer 24.500 creëert. De maatregelen van bijvoorbeeld de SP zoals het terugbrengen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar leidt tot een afname van 32.200 fulltime banen.

Een aantal voorbeelden die de structurele werkgelegenheid verhogen:

  • VVD, GroenLinks, SGP en DENK laten mensen alleen kiezen voor (maximaal drie jaar) latere opname van de AOW.
  • VVD, PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks en DENK zorgen voor meer beschutte werkplekken.
  • VVD, PvdA en VNL verlagen de huurtoeslag.
  • GroenLinks en VNL schaffen de zorgtoeslag af.
  • VVD, PvdA, D66, GroenLinks en DENK verhogen de inkomensafhankelijke combinatiekorting wat de arbeidsparticipatie van de tweede verdiener en alleenstaande ouders met jonge kinderen stimuleert.

Zie ook de CPB-infographic met een selectie van budgettaire keuzes, effecten op de middellange termijn, en effecten op de lange termijn.

Terug