Verkiezingen gaan ook over de Grondwet

Anders dan bij ‘gewone wetten’ wordt er voor een Grondwetswijziging een extra zware procedure doorlopen. De Eerste en Tweede Kamer moeten twee keer een besluit nemen over de Grondwetswijziging. Na de ‘eerste lezing’, waarin beide Kamers het wijzigingsvoorstel met een gewone meerderheid aannemen, wordt de Tweede Kamer formeel ontbonden en kan de Nederlandse kiezer zich uitspreken over de wijzigingen. De wijziging moet vervolgens, in een nieuwe Tweede Kamersamenstelling, door een tweederde meerderheid worden aangenomen. Dit is de zogenaamde ‘tweede lezing’.

Het is overigens niet zo dat bij elke aangenomen Grondwetswijziging de Tweede Kamer direct wordt ontbonden en er verkiezingen worden uitgeschreven. De laatste keer dat dit gebeurde was in het kader van de mogelijke onafhankelijkheid van Nederlands-Indië in 1948. De Grondwettelijke verplichting tot ontbinding van de Tweede Kamer valt in de praktijk tegelijk met de reguliere ontbinding van de Tweede Kamer, na het einde van de vierjarige zittingsperiode.

Er ligt momenteel een dertiental voorstellen om de Grondwet te herzien. De meeste daarvan zitten in de ‘eerste lezing’, waardoor ze geen een rol hoeven te spelen bij de komende verkiezingen. Twee Grondwetswijzigingen die wel wachten op een tweede lezing, en dus afhankelijk zijn van de uitkomst van de Tweede Kamerverkiezingen, zijn de invoering van een correctief referendum en het uit de Grondwet halen van de Koninklijke benoeming van de burgemeester.

Ondanks het feit dat de kiezer een rol kan spelen, komt het zelden voor dat een Grondwetswijziging een belangrijk thema is bij Tweede Kamerverkiezingen. De laatste keer dat er Tweede Kamerverkiezingen werden uitgeschreven naar aanleiding van een Grondwetswijziging, was in 1948.

Foto: Flickr / Sebastiaan ter Burg*

Terug